Een wetenschappelijke vraag?

‹ Terug naar de zoekresultaten

Wanneer is de letter Z in het alfabet gekomen?

Thema: Kunst & Taal

Vraag gesteld door: Toon (73 jaar)

Context van de vraag:

Vroeger werd een Z wel uitgesproken maar geschreven als S. Als je het gewoon als teken beschouwd is de Z het tegenovergestelde van de S. Ik bedoel: de S is bovenaan gebogen naar links en de Z is 'gebogen' naar rechts.

Antwoord:

Beste Toon,

Een letter met (ongeveer) dezelfde vorm als onze Z was er al van bij het begin bij. De Phoeniciërs, die we doorgaans verantwoordelijk houden voor het bedenken van onze alfabetische spelling, hadden een teken dat er ongeveer als een Romeins cijfer I uitzag: twee korte horizontale lijnen verbonden door een lange verticale. Als je dat in één vloeiende handbeweging schrijft op laat ons zeggen een vel papyrus, dan krijg je al snel de Griekse zèta, zoals in de afbeelding:



Ga je die vorm dan weer uitkappen in een blok marmer, wat doorgaans wat meer moeite kost, dan kom je uit bij de ons bekende Z. Er is dus wat je kan noemen een vormelijk continuum dat onze letter Z verbindt met een Phoenicisch en Grieks letterteken. In tegenstelling tot wat je suggereert is de vorm van Z dus niet geïnspireerd op die van de S.

Hoe zit het met de klank die die vorm weergaf? De Griekse zèta moet iets als een /dz/ of /zd/ hebben weergegeven (op https://en.wikipedia.org/wiki/Zeta vind je een aantal ingenieuze argumenten om de ene of de andere uitspraak te reconstrueren). Hoe dan ook, de Griekse zèta correspondeerde niet helemaal met onze /z/, al gaf ze een klank weer die er op leek. De Romeinen hadden geen nood aan de letter Z, omdat het Latijn geen klank had die het er kon mee aanduiden, maar de Z bleef in het Romeinse alfabet wel in gebruik, om de zèta in Griekse namen en woorden weer te geven. Zo bleef de Z in omloop, en kwam ze later ook terecht in de spellingssystemen van andere talen die van het Romeinse alfabet gebruik maakten, en wel een klank hadden waarvoor de Z bruikbaar was. 

Ondanks haar lange geschiedenis, lijdt de Z een ietwat precair bestaan. Toen Samuel Morse z'n Morsecode bedacht, kende hij om efficiënt te kunnen seinen de kortste lettercodes toe aan de frequentste letters. De Z gaf hij een relatief lange code (oorspronkelijk: . . .  .), precies omdat de letter weinig courant is. Dat komt doordat in nogal wat Europese talen de /z/-klank om historische redenen vaak met een S wordt gespeld (Engels choose, Frans Parisien, Duits See) - in veel gevallen is hier een /s/-klank tot een /z/ verzwakt, zonder dat de spelling meeveranderde. Daar komt bovenop dat de /z/-klank die de Z weergeeft op zich ook al niet zo frequent is. In de wereld zijn er drie keer meer talen die een /s/-klank hebben, dan talen die een /z/-klank hebben. Niet helemaal toevallig dus, dat de Z aan het einde van ons alfabet bengelt, en dat je met een Z goed kan scoren in Scrabble. 

Deze vraag werd beantwoord door:
Hendrik De Smet

Katholieke Universiteit Leuven

  • Richting Morgen
  • WetenschapsInformatieNetwerk
  • FRIS Onderzoeksportaal
  • EWI